De Engelse Cocker Spaniël
een intelligente en gevoelige metgezel
De Engelse Cocker Spaniël is een compact en gespierd, middelgroot ras. Het is een levendige, intelligente en veelzijdige hond die van nature en door de manier waarop hij is gefokt zeer nieuwsgierig en speels is. Ondanks zijn geschiedenis als dappere jachthond en zijn stevige gestel, is het een zachtaardige hond die dol op mensen en erg aanhankelijk is.
De Engelse Cocker Spaniël is in de 19e eeuw als ras gevormd, maar de geschiedenis van het ras gaat honderden en misschien wel duizenden jaren tot de oorspronkelijke spaniëls terug. Al die tijd was spaniël een algemene term voor een bepaald soort jachthond. In een later stadium werd er onderscheid tussen waterspaniëls en landspaniëls gemaakt. De landspaniëls werden nog verder onderverdeeld in 'setting' honden, die het wild voor hun baasjes aanwezen, en 'springing' spaniëls, die het wild voor de jagers opstootten. Deze springing spaniëls zijn de voorouders van alle moderne drijvende spaniëls. Als er een nieuw nest was, werden de grotere honden (de springers) gebruikt om grotere vogels op te stoten, terwijl de kleinere honden werden gebruikt om kleiner wild op te drijven. Hierbij ging het vooral om houtsnippen, die in het Engels woodcocks heten, en vandaar dat de kleinere honden cockers werden genoemd.
De Cocker Spaniël is pas in 1892 door de Rasvereniging van Groot-Brittannië erkend als een afzonderlijk ras en sindsdien wordt er in stambomen ook onderscheid gemaakt tussen springers en cockers. Engelse Cocker Spaniëls zijn stevig gebouwde, sportieve honden met een vrolijk en aanhankelijk karakter.
Hoewel de Engelse Cocker Spaniël nog altijd voor de jacht wordt gebruikt, is de kans tegenwoordig groter dat u hem tegenkomt terwijl hij in de bosjes en struiken van het park om de hoek rondsnuffelt. Dankzij zijn vrolijke, gezinsvriendelijke en extraverte gedrag, is de Engelse Cocker Spaniël vooral een grote favoriet bij kinderen.










