De Cavalier King Charles Spaniël
een innemende en aanhankelijke metgezel
De Cavalier King Charles Spaniël is wellicht de beroemdste schoothond aller tijden en heeft al eeuwen een reputatie als een 'troosthond'. Toch heeft hij nog steeds echte spaniël-trekken en hij is dan ook zeer sportief en vindt het heerlijk om buiten te zijn.
Als een echte spaniël, een van de alleroudste hondenrassen ter wereld, heeft de Cavalier een lange geschiedenis achter zich. Het ras zoals wij dat kennen, is echter pas in 1945 voor het eerst door de Rasvereniging van Groot-Brittannië erkend en sindsdien wordt er officieel onderscheid tussen de Cavalier King Charles Spaniël en de King Charles Spaniël gemaakt.
Cavaliers zijn elegante, actieve en vriendelijke kleine honden met mooie, expressieve ogen.
De originele kleine spaniëls waar koning Charles II eind 17e eeuw zo dol op was, leken qua uiterlijk erg op het moderne Cavalier-ras, met een langere neus en een platter hoofd. Na verloop van tijd ging de King Charles Spaniël echter steeds meer op een mopshond lijken, met een vooruitstekende kaak, omhoogstekende neus en meer gewelfd hoofd.
In de 19e eeuw werd het Cavalier-type voornamelijk door de Duke of Marlborough gefokt. Halverwege de 19e eeuw nam koningin Victoria het Cavalier-type met haar dwergspaniël Dash opnieuw onder koninklijke hoede, maar aan het einde van die eeuw werd het ras steeds meer op een kortere snuit en een gewelfd hoofd gefokt. De fokkers aan het einde van de 19e eeuw hadden zelfs zoveel succes met hun fokprogramma's dat er rond de eeuwwisseling bijna geen dwergspaniëls met langere neus meer over waren.
Sindsdien zijn niet alleen de originele uiterlijke kenmerken van de Cavalier teruggefokt, maar is het ras bovendien bij het grote publiek overal ter wereld bijzonder populair geworden. Het kenmerkende hoofd, de schitterende vacht en de vrije, elegante gang maken het ras bij mensen van alle leeftijden geliefd. Hele generaties groeien op met een Cavalier aan hun voeten of op hun schoot.










